H1 – Oma, wil je even je bek houden?

‘Oma, als ik u was dan zou ik even uw wijze bakkes sluiten.’ Geschokt kijkt ze me aan. De Bokkenpoot is schijnbaar niet zo gediend van mijn taalgebruik. Ze neemt een stap naar voren en in gedachten voel ik haar paraplu al eindigen op mijn hoofd. Wie neem ik eigenlijk in de maling? Alsof de grijze kut die paraplu kan optillen zonder haar sleutelbeen op drie plekken te breken. Ouderdom komt met gebreken en dwaze meisjes die graag botten breken.

Nu kom ik misschien wat agressief over. Ik sta hier, de ontspoorde jeugd uit te hangen. In je gedachten heb je al een oordeel. Ik, als achtentwintigjarige trien, tegenover een zielig, vergeten omaatje die het liefst haar kleinkinderen platknuffelt. Voor zover dat gaat met die zwakke armen. Of het zicht van een mol.

Het begin was mooi. Mijn zusje van negen is op woensdagmiddag altijd vrij. Ik kan me voorstellen dat leerkrachten dat nodig hebben. Na twee en een halve dag zou ik ook mijn leerlingen achter het behang willen plakken. Spijkeren. Dichtmetselen. Om deze lieve kinders een middag vrij te geven is niet in hun welzijn. Nee, de dames en heren in het onderwijs kunnen niet meer psychische hulp bekostigen. Ze hebben die middag nodig.

Hoe dan ook, ik vind het wel fijn. Mijn kleine zusje is mijn engel. Ik ben dan ook zo’n irritante, bemoederende zus. Doe niet. Kijk uit. Doe je jas aan. Wees voorzichtig. Wat heb je gedaan? Met wie? Het arme kind heeft meerdere moeders. Het moet tegenvallen om de jongste te zijn.

Toch heb ik een speciaal plekje in haar hart. Ik ben haar grote zus. De lopende pinpas. De knuffelverlener en bij strijd met ouders de back-up. Deze dame stelt mij dan ook aan iedereen voor als haar zus. Ik ben haar zus. Niet Cassilda. Of, toch wel. Maar als eerst haar zus. Vergeet dat niet.

Om de rol van lopende pinpas waar te maken, nam ik mijn zusje mee naar het winkelcentrum. Ik had wat haarverf nodig en Zusje verdiende wel wat nieuw speelgoed. Gewoon omdat het kan. Omdat het woensdagmiddag is. Omdat de lucht blauw is. Geef het een reden.

‘Cassilda! Mag ik dit?’ Haar vingertjes wijzen naar een speelgoedtelefoon. Een ouderwetse, met hoorn. Zoetroze, vol met allerlei Disney prinsessen. ‘Dan kan ik met Rapunzel bellen!’ Haar ogen stralen terwijl haar glimlach mij al gewonnen had.

‘Ben je jarig vandaag?’ Ineens staat ze daar. Oma. Niet mijn oma, maar voor het gemak noemen we haar vandaag even zo. Stomme snol staat namelijk niet zo netjes. Haar grijze haren springen eigenwijs in het rond en met haar parelketting kan ze zo door naar de haak en brei club van woensdagmiddag.

‘Nee mevrouw, ik ben niet jarig.’ Zusje heeft manieren. Vraag me niet van wie, aangezien ik ze niet door heb gegeven. ‘Mijn zus Cassilda gaat het gewoon kopen voor mij!’ Kleine kinderen stralen wanneer ze een cadeautje krijgen. Het is alsof ze voor heel even de zon zijn, en wij als triest ruimteafval er omheen mogen zweven. Zusje verblindt ons alle met haar blijdschap, maar oma ziet het anders.

‘Zomaar? Belachelijk!’ Oma tiert. Waarom zou iemand een cadeautje kopen als er geen reden achter zit? Waarom zou je een kind verpesten? Ze verwennen en er op deze manier voor zorgen dat ze later opgroeien als ondankbare schepsels?
Zusje is anders dan andere kinderen. Ze is altijd blij. Een paar sokken van Frozen liet haar een paar weken geleden springen van blijdschap. Even een puzzel maken, of van die vervelende familiespellen waarbij ik altijd verlies, laten haar stralen. Een stickervel van haar prinsessen maken haar dag. Ze is dankbaar. Ze is speciaal. Ze is mijn zusje.

Mijn nekharen sprongen overeind. Mijn mond opende zich en sloegen verwijten uit naar de vergeten heks die hier voor ons stond. Oma keek. Oordeelde. En wist het wel beter. Oudjes weten het altijd beter. Klagen over de jeugd. Weten waar ze het over hebben.

Zusje liep met haar speelgoedaanwinst naar de kassa. Negeerde Oma en was al druk aan het plannen welke prinses ze eerst zou gaan bellen. ‘Want Rapunzel is misschien niet thuis en ik wil haar huisdier niet aan de telefoon.’ Kinderlogica, daar begin je beter niet aan.

Met het stoom uit mijn oren liep ik achter haar aan. Zusje was zo blij. Had oma haar geklaag niet meegekregen en negeerde de hele ruimte. Zij had haar telefoon bijna en daar ging het om.

‘Cassilda, mag ik pinnen?’
‘Natuurlijk, heb je je eigen pinpas meegenomen dan?’
‘Cassilda! Doe niet zo gek!’
‘Jij wilt toch pinnen?’
‘Ja met jouw pasje, je neemt me in de maling!’

Zusje legt haar aanwinst op de toonbank, begroet de dame achter de kassa en gebaart mij op te schieten. Mijn pasje inleveren en hopen dat ze mijn pincode niet door de tent heen schreeuwt. Ze is trots. Groot. Heeft mij niet nodig om iets te kopen. Zusje zoekt het zelf wel uit. Loopt zelf wel naar de kassa en kan zelf ook wel pinnen. Ze lastig is dat allemaal niet, en toch zie je de trots van haar gezicht stralen.

‘Ik was eerst aan de beurt hoor meisje!’ Natuurlijk. Daar is Oma weer.

Bron afbeelding.

Deel twee volgt.

16 comments on “H1 – Oma, wil je even je bek houden?

    1. Helaas werkt het met mijn zusje niet zo. Als je met haar afspreekt dat ze een cadeau mag uitzoeken zullen het er zelden meer worden. Ze is nogal van de regelmaat en dingen die besproken worden. Maar je hebt gelijk, op zulke momenten ben ik goed om vrachtwagens vol speelgoed te kopen.

  1. Ik vraag me af waarom vreemde mensen zich bemoeien met het koopgedrag van iemand anders in een winkel. Oma of geen oma, waar haalt ze het in hemelsnaam vandaan?
    Gelukkig heb je je er niets van aangetrokken.
    Kijk, er zijn natuurlijk wel kinderen die verpest worden omdat ze altijd alles maar krijgen, maar niet alle kinderen zijn het zelfde. Pfff, die oma was bij mij ook niet aan het juiste adres geweest.
    Muziek is weer de duim en pink omhoog

    1. Het gebeurd ook wel eens in de supermarkt, mensen die in je karretje kijken en dan met hun verhaal komen. Het is soms net alsof winkelend publiek Jehova’s undercover zijn. Thnx!

Geef een reactie